
Vandaag vieren we de feestdag van de heilige Willibrord, een van de eerste missionarissen. In 690 kwam hij, op 33 jarige leeftijd van uit Engeland naar de kust, (bij Katwijk) om hier het evangelie te verkondigen. Friesland was toen de naam voor heel het gebied tussen Schelde en Denemarken. Zij gaven daarmee gehoor aan de oproep van Christus: 'Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen, en doopt hen in de Naam van de Vader, en de Zoon en de heilige Geest. En wat voor Jesaja nog een droom was, dat alle grenzen van de aarde het heil van God zouden aanschouwen, werd door hen een beetje werkelijkheid.
Er zijn geen preken of brieven van hem bewaard gebleven. In zijn levensbeschrijving legt een later tijdgenoot, Alcuin, hem een kort samenvatting in de mond, als Willibrord de koning van de Friezen, Radboud, wil dopen. "Er is geen God dan de Ene, die hemel en aarde geschapen heeft en al wat daarin is. Gelovend in de ene almachtige God en onze Heer Jezus Christus, en gedoopt in de bron van het leven zult u van uw zonden gereinigd worden". Eén van de weinige eigen teksten is een aantekening in zijn eigen handschrift over zijn bisschopswijding. Het meest bekend zijn zijn woorden: "In nomine Domini feliciter", gelukkig in de Naam van de Heer. Misschien zouden we dat Willibrord motto mogen noemen. Hij verliet zijn vaderland, geïnspireerd door het Ierse monnikenideaal om, omwille van Christus, alles te verlaten en in den vreemde mensen te laten delen in het geluk dat hij zelf in Christus en in de Kerk gevonden had.
In Echternach stichtte hij een klooster, mogelijk naar het voorbeeld van de Ierse klooster die centra waren van spiritualiteit en geleerdheid. Later werd hij daar ook begraven.Hij was niet, zoals later Bonifatius, een organisator. Hij was vooral verkondiger. Aan zijn inzet danken wij de kerken in de Nederlanden.
Welke goed herinneringen zouden wij in steen willen graveren?
Twee vrienden liepen door de woestijn. Op enig moment tijdens de reis
kregen e ruzie en de ene vriend sloeg de ander in het gezicht. Degene
die geslagen werd, was gekwetst, maar zonder iets te zeggen schreef hij
in het zand: "Vandaag sloeg mijn beste vriend mij in het gezicht!"Ze
liepen verder totdat ze een oase vonden, waar ze besloten een bad te
nemen. Degene die was geslagen, raakte vast in de modder en dreigde te
verdrinken, maar de vriend redde hem. Nadat hij was bijgekomen, schreef
hij op een steen: "Vandaag rede mijn beste vriend mijn leven". De
vriend die had geslagen en zijn beste vriend had gered vroeg hem: "Nadat
ik je had geslagen, schreef je in het zand en nu schrijf je op een
steen, waarom?" De andere vriend antwoordde: "Als iemand ons pijn doet
moeten we in het zand opschrijven, waar de wind van vergeving het kan
uitwissen. Maar als iemand iets goeds doet voor ons, moeten we het in
steen graveren, waar geen wind het ooit kan uitwissen. Leer om je pijn
in het zand te schrijven en om je goede ervaringen in steen te graveren."
Bron onbekend,